Skip to main content
Home » Nationaal » De agrofoodsector van Nederland
Nationaal

De agrofoodsector van Nederland

Philip den Ouden
Voorzitter van de Federatie van Nederlandse Voedingsmiddelen Industrie.

Agrofoodsector is topsector

Het gaat beter met de agrarische sector dan vaak wordt gedacht. Doordat we een hoge mate van verstedelijking kennen, is het beeld ontstaan dat het platteland leegloopt en de agrarische sector uitdooft. Daarmee wordt de maatschappelijke en economische waarde van de sector echter ernstig onderschat. Meer dan 50% van alle voedingsmiddelen die in Nederland worden verwerkt, komen van eigen bodem. Wat betreft de maatschappelijke waarde van de agrosector komt zowel op het gebied van dierenwelzijn en duurzaamheid als op de productie van goede voeding de voorsprong van Nederland tot uiting. Daarnaast heeft de Nederlandse agrofoodsector een uitstekende exportpositie in vergelijking met andere landen binnen Europa. Niet voor niets is de agrofoodsector door het kabinet als één van de negen topsectoren aangewezen en wordt ze de groeidiamant van Nederland genoemd.

Verduurzaming in de suikerindustrie

Een goed voorbeeld van het succes binnen de agrofoodsector is de enorme ontwikkeling op het gebied van duurzaamheid. Verduurzaming kent verschillende voordelen. Zo brengt het kostenbesparing in het productieproces met zich mee. Daarnaast wordt er vanuit de maatschappij verwacht dat er op een verantwoorde manier met de wereld om ons heen wordt omgegaan. Daarom is het van belang dat de breedte van de duurzaamheidsactiviteiten op een actieve manier worden uitgedragen. In mijn optiek werkt verduurzaming het best in de meest complete benadering. Een prachtig voorbeeld daarvan is te vinden in de suikerindustrie, die zich heeft ingezet om de gehele keten groener te maken. Elke stap van suikerbiet tot het raffineren van suiker is door de industrie zo zuinig mogelijk gemaakt. Daarbij hebben ze zich steeds afgevraagd; waar verspil ik grondstoffen? Hoe kan ik energie besparen?

Exportpositie agrarische sector

De exportpositie van de agrarische sector is sterk maar kent, wat mij betreft, nog groeipotentie. Zowel in het uitbreiden van export naar huidige markten als in het van nieuwe markten zijn er nog volop kansen. Dat betekent wel dat we ons de komende jaren moeten inspannen om aan jonge mensen te laten zien hoe aantrekkelijk deze sector is. Omdat je in de agrofoodsector werkt aan de voorziening in de eerste levensbehoefte van mensen, kent het werk een hoge maatschappelijke relevantie. Daarnaast biedt de agrarische sector een breed scala aan uitdagingen op het gebied van technologische en praktische ontwikkelingen, om verder te verduurzamen en om nog efficiënter te werk te gaan. Kennis en praktijk zullen dus hand in hand moeten groeien.

Overheid moet kennisuitwisseling stimuleren

Helaas zie ik soms dat er een gat valt tussen de kennisontwikkeling in de agrarische sector en de praktische toepasbaarheid van de innovaties. Dan blijven uitgewerkte ideeën op de plank liggen en verdwijnen ze weer naar de achtergrond. Naast de inzet van het FNLI om de kennisuitwisseling tussen deze twee werelden te vergroten bestaan er ook kleinere initiatieven op dit gebied. In het ondersteunen van deze initiatieven voor kennisuitwisseling en overdracht ligt een belangrijke taak voor de overheid.

Next article