Home » Nationaal » Er wordt hard gewerkt om de Nederlandse toppositie uit te bouwen
Nationaal

Er wordt hard gewerkt om de Nederlandse toppositie uit te bouwen

Ton Loman
Ton Loman, CEO van Koninklijke Coöperatie Agrifirm.

“De Nederlandse agri- en Foodsector is van groot belang voor de hele wereld. We zijn er in Nederland meester in om in de geürbaniseerde omgeving een groot volume hoogwaardige producten op een duurzame wijze te produceren.” Dit specialisme is volgens Loman mondiaal hoog nodig. Met het oog op de rap toenemende bevolkingsomvang en groeiende welvaart zal onze voedselproductie verder ontwikkeld moeten worden. Naar verwachting zijn er in 2050 9,2 miljard monden te voeden. Een bevolkingsomvang die dwingt tot duurzamere productie om uitputting van bronnen te voorkomen. Een ontwikkeling die zal leiden tot een dubbel voordeel. “Bij slimmer produceren is er minder input nodig om tot een goede opbrengst te komen. Die verlaging betekent een kostenbesparing en een minder grote belasting van het milieu. Duurzaamheid is ook een economisch principe; je werkt efficiënter en creëert kansen op korte én lange termijn.”

Duurzaam produceren op eigen terrein

De grootste kansen liggen momenteel op het boerenbedrijf zelf. In de eerste plaats door goed te kijken welke producten boeren op hun eigen terrein kunnen produceren. Gevraagd naar voorbeelden, wijst Loman op de mogelijkheid om geconcentreerd kernvoer uit de voerfabriek aan te vullen met graan dat de boer op zijn eigen grond produceert. “Zo ontstaat er hoogwaardig compleet voer, waarbij je bespaart op kosten voor logistiek. Onder de streep is dat gezonder voor de dieren, voordeliger voor de boer en geeft het een lagere CO2-uitstoot.” In de legpluimveehouderij is het sinds kort mogelijk om ook vloeibare voeders, afkomstig als co-product uit de levensmiddelenindustrie, toe te passen. Daarmee worden volgens Loman flinke verbeterstappen gemaakt in zowel resultaten als schonere productie (zie afbeelding SOLIQ voerconcept). Maar niet alleen de producten zelf kunnen slimmer tot stand komen, ook processen worden aangepast. Onder andere precisiebemesting: het heel plaatsspecifiek bemesten van akkers. Door de pH-waarde en een aantal andere parameters van de grond te meten, kan bekeken worden welke delen meer of minder behoefte hebben aan extra voedingsstoffen. “Als deze waarden in beeld zijn, is het mogelijk om een gedetailleerd bemestingsadvies te maken en de meststoffen op een secure manier te doseren. Het bespaart meststoffen en voorkomt verspilling. Zowel boer, bodem, gewas en milieu profiteren van deze ontwikkelingen” Het gaat nog een stap verder. Satellietbeelden bieden nieuwe mogelijkheden aan elektronische bespuiting, tot op de vierkante meter nauwkeurig. Loman: “De ontwikkelingen gaan snel. Daar werken we hard aan met z’n allen. Veehouders en telers moeten winstgevend kunnen produceren zonder de grond of dieren uit te putten.”
 


Bijdrage van het SOLIQ voerconcept aan duurzame legpluimveehouderij.
 

Optelsom van grondstoffen, techniek en management

De agrarische sector is er een die te maken heeft met bijzonder veel wetgeving. Hoewel deze wetgeving beperkend kan werken, stimuleert ze ook innovatie. Het wegvallen van het melkquotum biedt kansen voor een hogere en efficientere melkproductie in Nederland. Hiervoor is voldoende gras en snijmais nodig, maar extra ruimte daarvoor is vrijwel niet beschikbaar. Vandaar dat er wordt gewerkt aan methoden om de grasopbrengst te vergroten. Een combinatie van keuze aan grasrassen, specifieke bemesting, bodemgezondheid en management. Daarbij biedt de kennis uit de akkerbouw ons grote voordelen en kansen. “Zoals op vrijwel elk vlak is het een optelsom van grondstoffen, kennis, techniek en management”, stelt Loman. “Daar is gerichte kennis voor nodig.” Het allerbelangrijkste is volgens hem dat de grondstoffen die in de keten worden gebruikt, en uiteindelijk in onze voeding komen, verantwoord en veilig zijn. “We spannen ons in om aan de voorkant van processen te zorgen dat producten die de voedselketen ingaan duurzaam gesourced zijn. We pakken dit in Nederland sectorbreed aan.”

Regionale projecten

Pratend over verduurzaming van de voedselproductie gaat het al gauw over ontwikkelingen voor de grote retailbedrijven, zoals ‘de kip van morgen’. Maar er dient niet alleen oog te zijn voor grote ketenconcepten. Loman spreekt over de vraag naar en kansen voor kleinere, regionale projecten. Daarvan zijn vele voorbeelden zoals een varkenshouder, die regionale lupine als eiwitcomponent in de voeding gebruikt en een kaasmaker die extra gezonde kazen ontwikkelt. “Individuele producenten zijn op zoek naar onderscheidend vermogen. Niet om per se om uit te groeien tot een groot bedrijf, maar om niches te bedienen. Daarmee wordt ingespeeld op de vraag in de markt en creëren we als sector extra toegevoegde waarde.”

Individuele behoeften

Individuele bedrijven kunnen het lastig hebben, maar de ketens zijn veelal gezond en internationaal zeer concurrerend. Grote partijen kunnen de gehele keten vooruit helpen door hun slagkracht in onderzoek en ontwikkeling. “Soms kost het aanvankelijk wat meer om nieuwe technieken en methoden in te zetten, maar dat verdient zich terug. En er zijn legio toepassingen die beter werken, maar tegen dezelfde prijs in de markt zijn te zetten.”
Hoewel de Nederlandse agri-business een hoge standaard heeft, verschillen de prestaties van ondernemers onderling flink. Loman onderstreept in dat licht het belang van deskundige advisering aan veehouder en telers. Door te kijken waar de verschillen vandaan komen, zijn met aanpassingen in management en de juiste producten de prestaties te verbeteren. Loman: “De mogelijkheden om te meten en voorspellen nemen elke dag toe. Individuele dieren zijn steeds beter te monitoren met bijvoorbeeld sensoren, zodat je op de specifieke behoeften van één dier in kunt spelen.”
 


Voorbeeld van pH meting voor een plaatsspecifiek bemestingsadvies.

Zorgvuldigheid

De ontwikkelingen die Loman schetst zijn positief, maar het beeld dat de buitenwereld van de sector heeft is vaak anders. Ten onrechte, stelt hij. “We moeten laten zien dat veel producten die mensen dagelijks aan tafel consumeren geproduceerd worden door Nederlandse veehouders en telers, die hier met passie en inzet aan werken. Dat realiseren mensen zich niet gauw als ze in de supermarkt staan. Daar leeft de Nederlandse boer in anonimiteit.” Loman voelt zich gesteund door buitenlandse vakgenoten. “Ik hoor vaak dat Nederland de beste boeren ter wereld heeft. Wereldwijd worden we bewonderd om onze efficientie, duurzaamheid en kwaliteit van producten. Zonder aarzeling noemen ze de universiteit van Wageningen als belangrijke kennisontwikkelaar.” Dat er kritisch naar de sector wordt gekeken, is volgens Loman begrijpelijk, maar meer aandacht voor de geboekte vooruitgang zou een genuanceerder en eerlijker beeld geven. “Er wordt hard gewerkt om knelpunten in de ketens aan te pakken. Het antibioticagebruik is meer dan gehalveerd en daalt steeds verder. En ook het mineralenoverschot wordt voortvarend aangepakt. De gemiddelde Nederlandse boer werkt op een zorgvuldige manier met aandacht voor dier en plant, ook op grote schaal. Het is een vak, en dat verstaan ze.”

Op de website www.medemogelijkmaken.com laten acht van Agrifirm's veehouders en telers zien hoe de prachtige kwaliteitsproducten in de Nederlandse agrarische sector tot stand komen.

Next article